Organiseer uw reis

Lezing van het Roelandslied

Camino de Santiago
Feesten, tradities en interessante suggesties / Cultureel evenement

Multimedia

Meteorologie


Orreaga/Roncesvalles is het toneel waar iedere 15 augustus de wrede veldslag wordt herdacht die op dezelfde dag in het jaar 778 plaatsvond en waarbij de achterhoede van het leger van keizer Karel de Grote de dood vond in de stekelige bossen van de "Ronzesbal".

Dit historische feit wordt breed uitgemeten in de middeleeuwse heldendichten, waarvan een van de mooiste epische gedichten uit die tijd het "La Chanson de Roland" is, waarvan de naam Roncesvalles is afgeleid, en die deze naam in heel Europa bekendheid gaf.

Nadat hij de muren van Pamplona had neergehaald na zijn terugkeer uit Zaragoza, plaatste keizer Karel de Grote zijn beste mannen in de achterhoede van het leger, aangevoerd door Roland en de twaalf adelen. De jaloezie van de verrader Ganelón jegens zijn stiefzoon Roland brachten hem ertoe om hem aan de vijand uit te leveren.

Zo was het dat de bergpas van Roncesvalles rood kleurde door de bloedige veldslag tussen Moren en Fransen. Bij het zien van de vele slachtoffers in zijn bataljon, liet Roland zijn olifant trompetten. Karel de Grote hoorde het huiveringwekkende geluid, vol van ongerustheid, maar Ganelón stelde hem gerust en trachtte hem ervan te overtuigen dat hij er niet heen hoefde te gaan om te helpen. Karel de Grote liet zich echter niet om de tuin leiden en ging op weg om de vijand te verslaan, aan de zij van zijn neef. De hulp kwam te laat en de keizer trof een troosteloos landschap aan, bedekt met de mantel des doods. Bedroefd zwoor Karel de Grote, terwijl hij het lichaam van zijn geliefde Roland in zijn armen hield, om wraak te nemen.

Ter herinnering van die gebeurtenis en het magnifieke werk , kan men jaarlijks op 15 augustus lezen en/of luisteren hoe de moedige Roland en de twaalf Fransen sneuvelden.

Ziehier een aantal paragrafen uit het Roelandslied.

"...In Spanje zijn gebleven de twaalf pairs; en met hen twintigduizend Fransen die geen angst kennen en niet bang zijn voor de dood. Ganelon, de schurk, heeft verraad gepleegd...

Olivier is omhoog geklommen. Zijn ogen speuren de gehele horizon van het koninkrijk Spanje af en zien de Saracenen die zijn samengekomen en een indrukwekkende menigte vormen.

- Roeland, mijn kameraad, blaas op uw hoorn! Karel zal u moeten horen en zal terugkeren met het leger. Hij zal ons te hulp komen met al zijn mannen.

-Heer, sta niet toe dat door mijn toedoen mijn verwanten kwaad gedaan wordt en dat het zoete Frankrijk zijn eer verliest! -antwoordt Roeland-. Ik vecht liever met Durandale, mijn zwaard, dat ik op mijn zij draag!

Beide legers liepen elkaar tegen het lijf. De veldslag was grandioos, het gevecht wordt algemeen. Graaf Roeland ontbloot Durandale, zijn goede zwaard. Hij geeft zijn paard de sporen en bestormt Chernublo.

-Slavenzoon! U bent op een slecht tijdstip weggegaan! Het zal niet Mohammed zijn die u te hulp zal komen. Een oplichter zoals u zou geen strijd mogen winnen!

Het is een felle strijd geworden. Fransen en Saracenen voeren gevechten die prachtig zijn om te zien. Er zijn zoveel goede Fransen die jong het leven hebben gelaten! Ween om hen en Karel de Grote zal kermen; Ganelon heeft hem een streek geleverd, de dag waarop hij naar Zaragoza ging om zijn aanhangers te verraden.

- Onze strijd is zwaar! -zegt Roeland-. Ik zal op mijn hoorn blazen en koning Karel zal het horen.

-Zoiets doet een moedige man niet -zegt Olivier-. Toen ik u, mijn vriend, advies heb gegeven, heeft u niet naar me willen luisteren. Als de koning hier zou zijn geweest, zouden we geen verlies hebben geleden. Degenen die er nu zijn, verdienen geen verwijt. Als ik bij Alda, mijn lieve zus, terug mag keren, hoeft u nooit in haar armen te rusten!

Roeland zet de hoorn aan zijn mond en blaast uit alle kracht. Karel hoort hem:

-De onzen zijn in gevecht geraakt!

En Ganelon antwoordt:

-Als een ander dat gezegd zou hebben, zou ik het zeker niet hebben geloofd.

Het bloed stroomt uit de mond van graaf Roeland. Zijn trommelvlies is gescheurd. Hij blaast smartelijk op zijn hoorn. Hertog Naimes antwoordt: Ik weet zeker dat de strijd is gestreden. De verrader probeert nu te bereiken dat u uw plicht verzuimt. Pak uw wapens, slaak uw oorlogskreet en snel uw troepen te hulp. U zult hem horen: het is Roeland die de hoop opgeeft.

Graaf Roeland strijdt nobel en voelt een hevige pijn in zijn hoofd: toen hij op zijn hoorn blies, zijn zijn trommelvliezen gescheurd.

Er weergalmen zestigduizend klaroenen, zo hoog dat de bergtoppen galmen en de ravijnen echoën.

Roeland is gestorven, God heeft zijn ziel in de hemel ontvangen. De keizer bereikt Roncesvalles.

-Waar bent u, beste neef? Waar zijn de twaalf pairs gebleven?

Karel de Grote is in Roncesvalles aangekomen en barst in tranen uit om de gesneuvelden die hij daar aantreft.

-Heren, zegt hij tegen de Fransen, gaat opzij, want ik moet u voorgaan, op zoek naar mijn neef. Ik smacht ernaar hem te vinden. Ik heb gehoord dat Roeland heeft gezegd dat als hij de dood zou moeten vinden in een vreemd koninkrijk, hij zijn mannen en pairs op vijandelijk terrein voor zou gaan, en dat zij hem zouden vinden met zijn gezicht naar de tegenstander toe: op die manier zou hij zegevierend sterven, de dappere man.

Op drie rotsen herkent hij de slagen van Roeland en tussen het groene gras ziet hij zijn neef onder het paard liggen. Hij rent op hem af. Hij neemt het lichaam in zijn armen... De smart overweldigt hem zodanig dat hij over Roeland heen flauw valt..."
[+ informatie]

Ligging

Opmerkingen

lectura abierta a la participación de asistentes, previa solicitud del interesado.

Tijden, data en prijzen zijn oriëntatief. U wordt aangeraden om voor bevestiging contact op te nemen met de verantwoordelijke instantie.