Kaart en zoeken

De wereld van de pelota

Thematisch
Mano de pelotari
Als er in Navarra een sport is met een eigen identiteit, dan is dat pelota (pelottespel). Een spel dat ontstond onder de Grieken, dat werd gespeeld door monikken en koningen, en dat in deze regio wortel schoot en zich ontwikkelde. Het werd op grasweiden, pleinen en zelfs in portieken gespeeld. Vandaag de dag levert Navarra gerenommeerde pelottespelers en vormen frontonbanen overal in de regio een belangrijk onderdeel van dorpen en steden. Hier treffen vrienden elkaar en dagen professionele spelers elkaar uit in de disciplines pala (racket), cesta punta (gebogen mand aan een handschoen), remonte (Navarrese variant van de cesta punta), en de koning van alle pelottevarianten: pelota mano (met blote hand).
    De wereld van de pelota in Navarra

  • Geschiedenis en ontwikkeling
  • Navarrese pelottespelers
  • Spelvarianten
  • De bal
  • Speelruimten en voorzieningen
  • De weddenschappen
  • Een aantal wetenswaardigheden
  • Signalisatie
  • Een wedstrijd bijwonen
  • Interessante websites

Geschiedenis en ontwikkeling
    Pelotte is een eeuwenoud spel dat bloei- en vervalperiodes heeft gehad en is vereeuwigd in belangrijke kunstwerken zoals De Odyssee van Homerus of Goya's schilderij El juego de la pelota.

    Het zijn de Grieken die als eersten de spelregels van het pelottespel opstellen. De Romeinen, met inbegrip van hun keizers, beoefenen de sport in hun vrije tijd. Tijdens de Middeleeuwen wordt het spel naar religieuze kringen verschoven en veranderen kloostergangen in gebruikelijke speelplaatsen voor de leden van de clerus. Hierdoor blijft pelotte voortbestaan en ontwikkelt het zich verder tot een populair spel.

    In de 12de t/m 14de eeuw wint het pelottespel terrein en wordt het een liefhebberij van vele vorsten. In Navarra dateert de eerste verwijzing naar het pelottespel uit het jaar 1331, toen koning Filips III van Evreux, liefhebber van het pelottespel, verzocht om in de kloostergang van de dominicanenorde van Pamplona een houten tribune op te richten om een wedstrijd te kunnen bijwonen. Eveneens was er in het Koninklijk Paleis van Olite een baan, wat staat vermeld in documenten uit 1408. Hierin wordt gesproken over het bestaan van een "ruimte om peillota te spelen", een voorziening die lange tijd heeft bestaan. Dit wordt aangetoond door documenten uit de 16de eeuw waarin wordt gesproken over reparaties van dit complex.

    In de 16de eeuw was Navarra een belangrijke pelotteplaats, zoals de verwijzingen naar pelottetoernooien in Corella en Sangüesa aantonen. Er is zelfs een klacht ingediend bij justitie uit die tijd omdat de monikken van het klooster van Fitero pelotte speelden.

    In de 17de eeuw breidt de populariteit van het pelottespel zich uit over heel Spanje: het spel wordt door alle klassen gespeeld, het aantal trinquetes vermenigvuldigt zich, het spel wordt met een pala (racket) gespeeld, en op straat ontstaan de eerste verbodsbepalingen op voorpleinen van kerken, kerkhoven en straten waar de beoefening van de sport overlast bezorgt. In de 18de eeuw wordt Navarra een van de gebieden met de meeste aanhangers en beoefenaars van het spel. Dit blijft zo tijdens de daarop volgende eeuwen wanneer het pelottespel een eigen identiteit aanneemt.

    In het laatste decennium van de 19de eeuw ontstaan de typische varianten van het pelottespel: mano, pala, remonte en cesta-punta. En in de 20ste eeuw begint men de sport op professioneel niveau te beoefenen.

Navarrese pelottespelers
    Pelotte is zonder twijfel de plattelandssport bij uitstek van de regio. Zo is en was Navarra de bakermat van gerenommeerde pelottespelers waaronder de manistas Retegui, Arretxe, Galarza, Bengoetxea, Lajos, de gebroeders Olaizola, Eugi, Beloki, Martínez de Irujo of Abel Barriola, de palistas Óscar Insausti en Iturri, en de remontistas Jesús Ábrego, Raúl, de gebroeders Lecumberri, Kike Elizalde, Koteto Ezkurra of Iñaki Lizaso.

Spelvarianten
    De spelvarianten van pelotte worden in directe en indirecte spelen onderverdeeld. Bij de eerste spelen de spelers tegenover andere spelers en gooien de bal direct naar elkaar toe en bij de tweede variant wordt de bal, die door een team tegen de muur wordt gespeeld, door het andere team teruggespeeld.

    Directe spelen, de oudste
    *Bote Luzea: voor dit spel is slechts een bal en een rechthoekige ruimte zonder muren nodig. Aan een van de uiteinden wordt een steen, botillo genaamd, neergelegd van waaruit de serveerder van elk team de eerste opslag doet. De wedstrijden worden tussen teams van 5 spelers gespeeld: een serveerder en 4 medespelers. Dit spel heeft een variant genaamd "mahai jokoa", waarbij vanaf een tafel in het midden van het speelveld wordt geserveerd.

    *Guante-Laxoa: deze variant lijkt op de vorige, maar wordt met handschoen gespeeld, op grotere ruimten, met 4 spelers per team en een muur aan de andere kant van de serveerder.

    *Rebote: rechthoekig speelveld met een frontis (voormuur), waartegen de service wordt uitgevoerd. Het veld wordt in twee ongelijke delen verdeeld: één, het dichtst bij de muur, voor het terugslaande team en het andere voor het aanvallende team. Er wordt met handschoenen en met manden die op die van de joko garbi lijken gespeeld.

    *Pasaka: deze variant wordt op een trinquete of arkupe gespeeld. Er worden leren handschoenen gebruikt en er zijn twee teams van twee spelers op een speelveld dat wordt opgedeeld door een meter hoog net. Het lijkt op tennis. Er moet geprobeerd worden de bal boven het net te slaan en te voorkomen dat de tegenspeler hem terugspeelt.

    Trinquete: gesloten pelottebaan zonder tegenveld en met een dubbele zijwand
    Arkupe: overdekte ruimte van een openbaar gebouw die wordt gebruikt om pelotte te spelen.

    Speelwijze
    Bij alle directe varianten moeten de pelottespelers de bal naar het veld van de tegenstander slaan. De puntentelling is volgens het oude systeem: 15 - 0, 15 gelijk, 15 - 30, 30 gelijk en 40 - 30.

    Als het team dat 40 punten heeft behaald wordt geëvenaard door de tegenpartij, wordt "a dos" (deuce) gezegd, waarbij het eerste team van 40 teruggaat naar 30 punten, zodat beide teams weer 30 punten hebben. Het spel gaat door totdat een van de teams twee keer achter elkaar scoort en het spel kan worden beëindigd.

    Aan het begin van de wedstrijd wordt de keuze van het speelveld besloten door de scheidsrechter die een fiche of munt in de lucht gooit. De kleur van het fiche geeft aan welk team het veld mag kiezen. Rood is gelijk aan munt en blauw aan kruis.

    Indirecte spelen
    *Mano: vandaag de dag is dit de meest populaire variant onder de aanhangers, wellicht omdat dit het eenvoudigst is om te spelen. Er is slechts een bal en een muur nodig waartegen de bal met open hand wordt geslagen. De hand wordt beschermd met tacos (materiaal dat de slag dempt en dat met hechtpleisters op de handen wordt geplakt). Er kan op een korte baan, een trinquete of open plein worden gespeeld en de ballen wegen tussen de 101 en 107 gram wanneer op een frontonbaan en 92 gram als op een trinquete wordt gespeeld. De belangrijkste wedstrijden zijn: manomanista (enkelspel), por parejas (dubbelspel), en het cuatro y medio (een korte frontonvariant).

    *Pala en Paleta: dit zijn disciplines waarbij de afmetingen en gewichten van de rackets per spel variëren: pala larga (lang racket), pala corta (kort racket), paleta cuero (leren slaghout) en paleta goma (rubberen slaghout). De afmetingen schommelen tussen de 50 cm voor het korte racket en 55 cm van de rubberen paleta. De palas worden gemaakt van beukenhout of van ander nobel hout. De gebruikte ballen wegen tussen de 35 gram (rubberen bal) en de 115 gram, in geval van de voor de pala larga gebruikte bal.

    *Cesta Punta en Remonte: dit zijn disciplines waarbij mandjes worden gebruikt, die, op grond van het spel, de wijze waarop zij de bal opvangen variëren: bij de cesta punta wordt de bal in het slagmandje vastgehouden en weer weggeslingerd, terwijl bij de remonte de bal door het slagmandje rolt zonder te stoppen.

    *Xare: variant die een werktuig gebruikt dat op een racket lijkt met een gebogen houten ring en een slap bespannen net. In dit geval wordt de bal met het net opgevangen en weggeslingerd.

    Speelwijze
    Tijdens de wedstrijden kan een bepaald aantal punten worden behaald: 22 voor mano, 40 voor remonte en trinquete en 45 voor pala (de puntentelling kan per kampioenschap of topwedstrijd verschillen). Een tanto is een punt die een speler of team scoort, en de speler (of het team) die als eerste het nodige aantal tantos behaalt wint de wedstrijd.

    Voor het begin van de wedstrijd wordt, net als bij de directe spelen, door de scheidsrechter getost, maar in dit geval om uit te maken wie als eerste serveert.

    Voor meer informatie over de spelregels van pelotte kunt u de website van de bond raadplegen

De bal
    Tot aan de vorige eeuw werden de ballen op ambachtelijke wijze gemaakt. Geen bal was dan ook gelijk, sommige vielen goed uit, andere wat minder... Dit probleem bestaat nog steeds ondanks het feit dat gebruik wordt gemaakt van machines, maar zoals de botilleros (personen die de pelottespeler tijdens wedstrijden assisteren) zeggen: "elk leer is anders, maar als de pelottespeler goed is, dan is elke bal goed".

    De bal heeft een bolvormige kern van hout of plastic bekleed met verschillende lagen latex, wol, katoen en tenslotte twee achtvormige stukken leer die aan elkaar worden genaaid. De bal is een beslissend element in het spel en het kiezen van de bal is een van de belangrijkste momenten van de wedstrijd. Elke pelottespeler krijgt de door hem gekozen ballen toegewezen, maar als hij aan de beurt is, dient hij de bal door zijn tegenstander te laten keuren voordat hij mag opslaan.

Speelruimten en voorzieningen
    De plaatsen waar pelotte wordt gespeeld zijn in de loop van de tijd verder ontwikkeld. De pilota-soros waren (niet altijd horizontale) grasweiden, waar de directe spelvarianten werden gespeeld. We konden ze zowel in dorpen als in afgelegen buurtschappen vinden. Ze zijn een voorloper van de lange frontonbanen.

    De plazas libres (open pleinen) werden gebruikt voor de directe spelen in dorpen; aanvankelijk op een onverharde en later op een verharde ondergrond. De frontones zorgden ervoor dat de indirecte spelen razendsnel furore maakten in de pelottewereld. Op de lange (54 meter) of korte (30 en 36 meter) frontonbanen kunnen alle varianten van het indirecte pelottespel worden gespeeld.

    De arkupes of soportales (portieken) van gemeentehuizen of van kerken zijn overdekte ruimtes die jarenlang het toneel zijn geweest van talloze wedstrijden van pelota a mano of van de directe varianten zoals pasaka. Tegenwoordig zijn ze nog steeds stille getuigen van grote toernooien.

De weddenschappen
    Sinds mensenheugenis is de weddenschap verbonden geweest met het pelottespel, waardoor het moeilijk is om precies te weten wanneer het is ontstaan. Deze traditie, waardoor mensen grond, vee en huizen verloren, is veranderd in een van de meest eigenaardige elementen van het spel die volledig tot uiting komt tijdens de manomanista finale.

    De corredores (makelaars), die de leiding hebben over de weddenschappen, roepen de verschillende kansen en inzetten uit naarmate de wedstrijd vordert, ten gunste van de rode (of gekleurde) of van de blauwe speler, afhankelijk van het shirt of de sjerp die de rivalen dragen. De makelaars roepen de weddenschappen onafgebroken uit, zodat in de loop van het gehele toernooi kan worden gewed.

    Elke wedder kiest de inzet die hem het best uitkomt en weet dat de geboden sommen een verhouding van twee vaste bedragen in euro's zijn. Het eerste is het te verliezen bedrag en het tweede het bedrag dat hij kan winnen.

    Als de makelaar bijvoorbeeld "100 tegen 50 blauw" roept en de wedder accepteert de weddenschap, betekent dit dat als de blauwe spelers winnen hij 50 euro wint (waarvan een vastgesteld percentage voor het bedrijf, de zogenaamde courtage, wordt afgetrokken), en anders verliest hij 1000 euro. Het geld wordt aan het eind van elke wedstrijd op de frontonbaan zelf door de makelaar uitbetaald en geïnd.
    Een merkwaardig gegeven is dat de weddenschappen aan de hand van kleine stukjes papier worden gedaan die de makelaar in een lege tennisbal naar de wedder gooit. Daarna geeft de wedder de bal terug aan de makelaar.
    Tegenwoordig is het ook mogelijk om via Internet te wedden.

Een aantal wetenswaardigheden
    Het pelottespel is aanleiding geweest voor talrijke anekdotes en komische situaties, waaronder de hierna genoemde:

    Het angelusmoment
    Vroeger werden de finales op zondag om 11.30 uur gespeeld. Maar een half uur later, om 12.00 uur, liep de scheidsrechter onherroepelijk het speelveld op om de wedstrijd te stoppen en het angelus te bidden. Deze traditie werd aan het eind van de jaren 90 afgeschaft ondanks de discussie die erdoor ontstond. De ochtendtijden werden echter tot het jaar 2000 aangehouden.

    Soutanes op het speelveld
    Gedurende de twintigste eeuw speelden priesters een belangrijke rol bij de pelottewedstrijden: zij woonden ze als publiek bij, fungeerden als scheidsrechter bij conflictsituaties en, hoewel we het tegenwoordig wellicht surrealistisch vinden, was het heel normaal om ze te zien spelen, uitgedost met hun soutane en stoffen hoed…

    Sommige priesters die beroemd werden vanwege hun opslag waren Celedonio Larrache, uit Lesaka, Juan Bautista Chopelena, uit Yanci en Francisco Azpiroz, geboren in Yaben. Joaquín Gamio, uit de Baztán en Zenón Echaide uit Aranaz (Arantza), die het maar liefst tot voorzanger van de Koninklijke Kapel van Madrid maakte, gingen de geschiedenis in als buitengewone achterspelers.

    Toen het pelottespel professioneel begon te worden en lucratieve doelstellingen kreeg, verdwenen de priesterlijke pelottespelers van het toneel en begonnen deel uit te maken van de geschiedenis van de sport.

    En ook de dames
    Vrouwen deden ook mee. Zij waren raquetistas (racketspelers) die, ondanks de sensatiezucht en argwaan die zij in de toenmalige seksistische maatschappij opwekten, van fronton naar fronton reisden. In Navarra is bekend dat er een groep vrouwen uit Lesaka en Igantzi grote interesse voor het pelottespel hadden en in de jaren 60 meededen aan het Kampioenschap tussen de dorpen van de Baztan-vallei.

Signalisatie
    Opdat het erfgoed met betrekking tot deze sport en traditie niet onopgemerkt aan u voorbij gaat tijdens uw bezoek aan Navarra, vindt u in de op de kaart (.pdf 325 Kb) aangeduide dorpen diverse borden met informatie en wetenswaardigheden over de wereld van het pelottespel.

Een wedstrijd bijwonen
    In Navarra is het niet eenvoudig om een dorp te vinden dat geen fronton heeft. Het is heel normaal, met name in het weekend, om een groep vrienden gemotiveerd pelotte te zien spelen. Er worden verschillende spelvarianten beoefend, hoewel de rubberen bal het populairst is en zich het best aan welke plek dan ook aanpast. In Pamplona kunt u genieten van mano wedstrijden op de Frontón López, in de wijk Iturrama, of op de eveneens druk bezochte "frontoncico" (kleine fronton) in Calle Mañueta in de oude binnenstad.

    Onder de meest populaire niet-officiële kampioenschappen dient de aandacht te worden gevestigd op het toernooi dat van augustus tot oktober wordt gehouden op de frontonbaan Leku-Ona te Mezkiritz, bekend als bost kirol (vijf spelen in het Baskisch, in verband met de mogelijkheid om vijf disciplines te zien: paleta goma, paleta cuero, pala corta, xare en mano) of de guante laxoa, welke in de maanden april tot en met augustus in Baztan- en Bidasoa-valleien worden gehouden.

    Maar het is zeker ook de moeite waard om als toeschouwer een professioneel toernooi bij te wonen (de prijs van de entreekaarten varieert afhankelijk van de categorie en het kampioenschap en bedraagt 10 tot 50€; jongeren onder de 25 jaar hebben gratis entree in de Euskal Jai Berri - Reyno de Navarra). Op de baan gaan de pelotaris gekleed in een smetteloos witte broek, rood of blauw shirt of sjerp (of gerriko) al naargelang hun plaats in het klassement.

    Het geroezemoes van de weddenschappen neemt af na de eerste service. De spelers doen een stap voorwaarts, laten de bal op de grond stuiteren en slaan hem tegen de muur. Het publiek volgt de bal zonder ook maar iets uit het oog te verliezen en bewegen zich onbewust om te proberen de bal op te tillen zodat deze de metalen plaat niet raakt. De slagen volgen elkaar op: tegen de muren, een uitbal in de txoko (hoek) zodat de tegenstander er niet bij kan, aan de zijkant, een volley... Er zijn 22 punten nodig voor een manomanista overwinning.

    Op de baan feliciteren de pelottespelers elkaar. Op de tribune betalen de makelaars hun schulden uit. En tussen de menigte worden de beste slagen besproken terwijl de toeschouwers ongeduldig wachten totdat de volgende wedstrijd begint.

Interessante websites:













[+ informatie]

Tijden, data en prijzen zijn oriëntatief. U wordt aangeraden om voor bevestiging contact op te nemen met de verantwoordelijke instantie.