Hier is Navarra

Het ontstaan van het Koninkrijk
Festival romano de Andelos

Prehistorie

Van de eerste nederzettingen in Navarra getuigen de vondsten uit het vroege stenen tijdperk in Coscobillo, Urbasa of Viana. Later, tijdens het bronzen tijdperk, werden er op de weilanden dolmens en silex-ateliers opgericht. In dit tijdperk werd de megalitische architectuur over het gehele grondgebied verspreid. In het ijzeren tijdperk leerden de primitieve Baskische bewoners nieuwe technologieën en levensopvattingen die Kelten en Kelt-Iberiërs uit Midden-Europa meebrachten.

Romanisering

De invloed van Rome was zwak in het saltus vasconum –de bergen–, waar de eigen taal, het Baskisch, bleef voortbestaan en de culturele doordringbaarheid gering was. Daarentegen neemt de romanisering vaste vorm aan in de ager vasconum, de zuidelijke zone, die toegankelijker was en meer natuurlijke hulpbronnen had. Binnen het saltus bezette Pompeji in het jaar 75 v. Chr. Iruña, de belangrijkste Baskische stad, en hier vestigde zich de Romeinse bevolking die haar naam draagt, Pamplona.

Na het uiteenvallen van het Romeinse Rijk kregen de Baskische volksstammen hun invloed in de geromaniseerde ager  terug en breidden deze uit naar aangrenzende gebieden. Tegelijkertijd verdedigden zij zich tegen de West-Gotische vorsten en tegen de Franken. De slag bij Roncesvalles tegen Karel de Grote in 778 betekende een halt van de aanspraken van het machtige Frankische vorstendom in dit deel van de Pyreneeën.

Orreaga/Roncesvalles
Eerste Navarrese dynastie

Een nieuwe bedreiging werd gevormd door de moslims die het stroomgebied van de Ebro in 714 wisten te bezetten. Hun aanwezigheid was echter zwak en al snel kwam er een christelijke oppositie op die zich verzette tegen hun aanwezigheid, wat in de negende eeuw zou eindigen met de bijeenvoeging door de autochtone dynastie van de Íñigos, de eerste Navarrese dynastie.
Deze dynastie werd opgevolgd door de Jimenos. Sancho Garcés (905-925), de eerste vorst van deze dynastie, voerde een beslist beleid voor de expansie van het grondgebied ten aanzien van de moslims, waarvoor hij banden legde met de andere christelijke koninkrijken. Ook de streek Estella werd tot aan Nájera en Calahorra (914) bezet, maar Tudela bleef onder controle van de moslims tot het jaar 1119.

Het Navarrese domein

Sancho Garcés III de Meerdere (1004-1035) heerste over het grootste gedeelte van het christelijke gebied op het schiereiland,  zette de officiële pelgrimsroute naar Santiago de Compostela uit, voerde de romaanse stijl in en nam de cluniacenzer cultuur in zijn koninkrijken op.
Aan het eind van de elfde eeuw stopte het koninkrijk Pamplona met zijn expansie. Tijdens de late Middeleeuwen beleefde Navarra een hachelijke situatie tussen de onafhankelijkheid en de opname in de politieke invloedssfeer van de Franse, Castiliaanse en Aragonese vorsten. 

 

Castillo de Olite
In de Franse invloedssfeer

Na het overlijden van Sancho VII de Sterke in 1234 komt het koninkrijk in contact met Frankrijk. Allereerst vestigde het Huis Champaña (1234-1274) zich, opgevolgd door dat van de Capetos, die tussen 1274 en 1328 tegelijkertijd de troon van Frankrijk en van Navarra bezetten.

Het Huis Evreux (1328-1425) opende een etappe van nauwe banden met het politieke leven in Spanje en Europa. Het koninkrijk van Karel III de Goede (1387-1425) zorgde voor een evenwicht van materiële en culturele voorspoed, wat duidelijk te zien is in artistieke werken zoals het koninklijk paleis van Olite.

Na zijn dood ontstond er een ernstig conflict over zijn opvolging, wat niets meer of minder was dan een voorbode van een diepe institutionele en sociale crisis die zou uitmonden in een burgeroorlog. Jan II, die aan het hoofd stond van de Agromonteses, was getrouwd met Blanca, de erfgename van de Navarrese troon, en vanaf 1458 was hij koning van Navarra en van Aragon. Tegenover hem stond zijn stiefzoon, de legendarische Karel, Prins van Viana, die aan het hoofd stond van de zijde der Beaumonteses, die nooit de Navarrese troon zouden beklimmen.

Deze situatie van interne zwakte zou een halve eeuw voortduren en uiteindelijk door Ferdinand de Katholieke Koning worden benut. Hij zou, ter ondersteuning van de Beaumonteses, in 1512 Navarra binnenvallen, die op deze manier deel zou gaan uitmaken van de Kroon van Castilië.

Na de Castiliaanse verovering werd Navarra geregeerd door een onderkoning, die in Pamplona het gezag had namens de monarch en dit vier eeuwen lang. Tegelijkertijd werden de instituties van het koninkrijk, in het bijzonder het parlement, de Cortes genaamd, in stand gehouden. De afvaardiging van het koninkrijk (Diputación) ontstond in 1576 als permanent regeringsorgaan in vertegenwoordiging van de Cortes in periodes dat deze niet bijeenkwam. De afvaardiging is sinds 1982 bekend als de deelregering van Navarra.

 

Palacio de Diputación
Van de Carlistenoorlogen tot aan un

De situatie waarin er sprake was van politiek en institutioneel evenwicht begon in de tweede helft van de achttiende eeuw  te verslechteren met de centraliserende politiek van de Borbons, die een groeiende spanning veroorzaakte en in 1833 uitmondde in de Eerste Carlistenoorlog. Het militaire conflict eindigde in 1839 met een staakt-het-vuren van de Carlisten en de zogenaamde Ley Paccionada in 1841.

Krachtens die wet werd het historische Koninkrijk Navarra opgenomen als provincie in de liberale staat, maar behield het tegelijkertijd nog instellingen en wetten van zijn eeuwenoude bewind overeenkomstig het plaatselijk recht, in het bijzonder op het gebied van het belastingstelsel en het bestuur.

Deze kenmerkende situatie werd tijdens de Restauratie, de II Republiek en het Francoregime gehandhaafd. Sinds de democratie, op grond van de Spaanse grondwet van 1978, is het plaatselijk bewind van Navarra opgenomen in het nieuwe institutionele systeem krachtens de Organieke Wet van Re-integratie en Verbetering van het Plaatselijk Bewind van Navarra, afgekondigd in 1982.

De jaren tachtig van de twintigste eeuw werden bepaald door de verkiezingsoverwinningen van de Socialistische Partij van Navarra. Daarentegen werd in de jaren negentig de conservatieve UPN (Unión del Pueblo Navarro, in het Nederlands Unie van het Navarrese Volk) de meest gestemde partij, met uitzondering van een periode van enkele maanden toen er een coalitieregering aan het bewind was.
De nationalistische kiezers hebben altijd een relatief stabiel kiezersaandeel gehad van rond de 20%. 
Sinds 2015 wordt de regering gevormd door een coalitie van nationalistische en linkse partijen.